A- A A+

Als antropoloog wil ik Rusland in het sociale detail tot leven wekken. In deze blog bericht ik tweewekelijks over mijn ervaringen tijdens mijn Russische reizen. Maar ook een nieuwsbericht, publicatie of speciale gebeurtenis uit de Russische geschiedenis kunnen me aanzetten tot reflectie. Bij veel blogs vindt u een illustratief YouTube-filmpje.

Wie was Ruslands echte 'nobele wilde'?

Wie was Ruslands echte 'nobele wilde'?

De Russische stadselite hongerde eind 19de eeuw naar 'primitief' spiritualisme. Het optreden van kunstschilder Kandinski voor de hoofdstedelijke Keizerlijke Etnografische Vereniging was dan ook volledig uitverkocht. Kandinski had net drie maanden onder de Komi doorgebracht, een etnische minderheid 800 km. van Moskou vandaan. De belangstelling van deze elite was niet uniek. De zoektocht naar het 'exotische' had overal in het Westen plaats. Denk maar aan Diaghilev en aan de Parijse successen met zijn Ballets Russes. En in de westerse beeldvorming zag je het expliciet terug in de 'nobele wilde', een ideaal 'spiritueel' menstype uit een andere cultuur. In het Russische rijk voldeden hieraan vooral de kleine etnische minderheden in de grensgebieden. Maar er was in dit land nog iets anders aan de hand. Al ruim daarvoor projecteerde de Russische stedelijke elite haar exotische verlangens eveneens op de keuterboeren, ergens ver weg op het onmetelijke platteland.

 

Antropoloog en hoogleraar Russische geschiedenis Joeri Slezkine benadrukt in zijn Arctic Mirrors (1994) dat de belangstelling voor de keuterboer wel afbreuk deed aan die voor de inheemse minderheden. Het Russische sociale vraagstuk ging in die tijd dan ook niet over de eigen armoedige inheemse bevolking, maar over de kleine boeren die net onder het juk van de lijfeigenschap vandaan waren gekomen. Van Alexander Herzen tot Iwan Toergenjev, van Fjodor Dostojevski tot Lev Tolstoj, iedereen had het over het erbarmelijke lot van 'hun' boeren. Vooral in zogeheten slavofiele kringen heette de nobele wilde ook wel de 'goede boer’, die zelfs het ‘karakter van Rusland’ zou vertegenwoordigen. Volgens Dostojevski hoefde je de Russische ziel slechts aan het boerengezicht af te lezen.

 

Daadwerkelijke ervaringen leerden vaak anders. Maxim Gorki had naar eigen zeggen zoveel onder de boeren gezeten dat hij ze zijn leven lang wantrouwde. Toen de Russische Revolutie uitbrak en de elite hardhandig met de boeren in contact kwam, was de romantisering voorbij.

  

Later kwam het verlangen naar de nobele wilde wel weer terug. Nu ging het om een cohort antropologen dat zich graag identificeerde met de etnische minderheden. De 'sovjetantropologen' hadden weliswaar een 'sociaal realistische' onderzoeksopdracht, maar ze bekommerden zich ook om hun onderzoeksgroep en brachten er veel tijd mee door. Zo'n tien jaar geleden kwam ik deze empathische antropoloog aan de Universiteit van Tomsk nog veelvuldig tegen. De 20ste eeuwse interculturele verbondenheid tussen inheemse bevolking en wetenschap komt goed tot uitdrukking in het reisverslag Derzu Uzala van de Russische expeditieleider Vladimir Arsenjev. De inheemse Nanai jager Derzu Uzala hielp Arsenjev succesvol zijn weg te vinden in de Siberische wildernis. Regisseur Akira Kurosawa baseerde er in 1975 een film op die een Oscar kreeg.

 

In het huidige Rusland is de zoektocht naar het exotische volledig verdwenen. Grootsteedse Russen hebben nu net zo’n hekel aan hun inheemse landgenoten als aan hun keuterboeren. Maar zou het niet, net zoals daarvoor, weer een keer terug kunnen keren? En hoe ziet het beeld van de nobele wilde er dán uit? 

 

Youtube filmpje met eerbetoon aan regisseur Akira Kurosawa, bestaande uit filmfragmenten uit 'Derzu Uzala' (1975) en het Russische 'Lied van de adelaar', (2010, 2:17') 

Reacties

 
Er zijn nog geen reacties.
Log in of registreer je als je een reactie wil schrijven.