Collectivisme-tijdens-Stalin-09121_20181214-113359_1 Invoering van de collectivisatie door Stalin

Zit collectivisme Russen 'in het bloed', zoals Poetin beweert? Nee, zeg ik maar meteen: in het bloed of in de genen zit geen collectivistische geaardheid. Families en individuen geven het via opvoeding, opleiding of als rolmodel van generatie op generatie aan elkaar door en leren zo hoe het eraan toegaat en hoe het hoort. Dit heet cultuur. Veel mensen in Siberië vinden dingen samen doen bijvoorbeeld aantrekkelijk. Met zijn allen thuis eten en drinken: zelf afkomstig uit een groot Brabants gezin geniet ook ik er met volle teugen van. Ook zie ik dat collega's van de Tomsk Universiteit elkaar vaker in groepsverband opzoeken en dan informeler met elkaar omgaan dan ik in Nederland gewend ben. Met hydroloog en vriend Valeri gingen we in 1999 op een soort expeditie naar de indrukwekkende, vierduizend meter hoge, berg Aktur in de Altaj. Het veldkamp daar werd bevolkt door wetenschappers die daar lange tijd samen onderzoek deden en het zo te zien naar hun zin hadden. In groepen lijken mensen hier goed te gedijen en bovendien welwillend te staan tegenover onderlinge verschillen. Vooral mannen geven de indruk minder bezig te zijn zichzelf te profileren en minder uit te zijn op eigenbelang. De groep zorgt voor veiligheid en zekerheid en dat staat kennelijk voorop. Vriendengroepen vormen zich vaak al tijdens schooltijd en gaan een leven lang mee. En het spreekt voor zich dat je hele vriendengroep op je begrafenis komt, ook al was je al lang verhuisd. De beroemde sovjet-zomerkampen vormen een ander voorbeeld. Bijna elk kind keek er het hele jaar naar uit om een maand met leeftijdgenootjes in zo’n kamp door te brengen.

 

Misschien zat het zogenaamde aangeboren collectivisme ook in Stalins hoofd toen hij in de jaren '30 de collectivisering van de landbouw afdwong bij de veelal arme boerenbevolking? En in de 20ste eeuw hebben met name Russische antropologen het idee van een genetische oorsprong bevorderd. Antropoloog en geograaf Lev Goemiljov (1912-1992), zoon van de beroemde Russische dichteres Anna Achmatova, ontwikkelde de theorie dat een 'biologische impuls' bij Russen een zogenaamd 'superetnos' had bewerkstelligd, met gemeenschapszin als gevolg. Volgens Jan Brokken, in zijn De gloed van Sint Petersburg (2016), kon je hem toch niet als een echte nationalist zien, hoewel zijn geloof in een genetische oorprong van een mentaliteit vast onderdeel vormt van het extreme nationalistische gedachtegoed. Na hem zou onder leiding van prominent antropoloog Julian Bromley (1921-1990) aan alle volkeren van de Sovjet-Unie een exclusief 'etnos' worden toegekend. Al deze ‘etnossen’ zou Bromley vervolgens opnemen in een hiërarchische typologie, waarin Rusland steevast als de beste bovenaan stond.

 

De eeuwenoude armoede van Russische boeren heeft zeker een collectivistische mentaliteit bevorderd: samen stond je immers sterker. Maar in moderne steden zoals Moskou en Sint Petersburg is er al veel minder van te merken. Wat ik er zelf heb gezien is vooral veel eenzaamheid en, als je geluk hebt, samen leven met je familie en met hooguit een paar vrienden. En inderdaad, als het even kan met vrienden van vroeger, want het helpt als je weet wat je aan elkaar hebt. Toch dringt zeker in de politiek weer vaker het geluid door dat collectivisme bij Russen in de genen zit. Wat in feite 'cultuur' is en voortdurend in beweging, presenteert Poetin als 'natuur', als onveranderlijk gegeven. Als nationalist, zeker in combinatie met zijn vermeende Russische superioriteit, komt hem dit goed uit.

 

Youtubefilmpje waarin Poetin op de staatstelevisie RT wordt geïnterviewd, ondermeer over het verschil tussen Amerikaans individualisme en Russisch collectivisme: 'Putin interview on RT in 2013 - individualism vs. collectivism' 

(2013) (3,29 min)