A- A A+

Rusland staat bekend om haar grote etnische en culturele diversiteit. Het land telt zo'n 150 inheemse etnische bevolkingsgroepen en daarnaast miljoenen buitenlandse arbeidsmigranten, met name uit China en Centraal Azië. In Minderheden & Migranten onderzoeken we de relatie tussen de Slavische meerderheid en deze minderheden. We kijken naar de geschiedenis van de wijze waarop ze samenleven en naar de politieke bemoeienissen. Ook onderzoeken we de hypothese in hoeverre de relatie met 'de ander' in Rusland te maken heeft met de extreem onveilige sociale omgeving waarin deze relatie tot stand kwam.

Rusland is na de VS de tweede grootste ontvanger van arbeidsmigranten ter wereld. Binnen haar grenzen wonen nu zo'n 11 miljoen mensen die er niet zijn geboren. Ze komen vooral uit de Centraal Aziatische Republieken Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgistan. Het land kunnen ze zonder visum binnenreizen. Maar om er te wonen en te werken hebben ze een verblijfs- en werkvergunning nodig. De meesten hebben geen van beide. De voorwaarden om het te krijgen zijn te hoog: de Russische talentoets, de relatief dure vergunningen en allerlei andere wettelijke restricties. Daarom werken de meesten in de zwarte economie, zonder legale papieren, zonder registratie. De Russische autoriteiten 

De geschiedenis van de Russische staat is de geschiedenis van een zeer oude multiculturele samenleving. Na 1991 is de complexiteit alleen maar toegenomen. In de grote steden verandert de etnische samenstelling van de bevolking snel, terwijl onder de inheemse minderheden het etnisch bewustzijn groeit. Toenemende discriminatie veroorzaakt sociale problemen tussen de Slavische meerderheid en de etnische minderheid. Tegelijkertijd verdedigt de overheid de nationale cultuur van de Slavische meerderheid steeds nadrukkelijker. Het georganiseerde staatsnationalisme en de nationalistische dagelijkse uitingen hebben hun repercussies voor etnische minderheden. Een genuanceerd publiek debat hierover bestaat niet.

Leefwijze, economische structuur en sociale instituties van inheemse minderheden vertonen vaak grote verschillen. De ontwikkelingen na 1991 hebben voor het eerst ook directe economische en sociale concurentie veroorzaakt. Deze concurrentie gaat om 'schaarse bronnen' zoals politieke autonomie, economische middelen, een eigen cultuur en een eigen sociale identiteit. Leden van etnische minderheidsgroepen verhuizen, op zoek naar werk, steeds vaker naar West-Rusland en komen elkaar daar tegen. Deze nieuwe ontwikkelingen zijn nog nauwelijks onderzocht. 

In de 19de eeuw kwamen in Rusland overal unversitaire studies van inheemse minderheden op. Aanvankelijk vormde het een onderdeel van 'Archeologie'. Later kreeg het een aparte naam zoals 'Etnografie' of 'Etnologie', vergelijkbaar met wat in het Westen Culturele Antropologie wordt genoemd. Vijf Russische universiteiten verzorgen nu een aparte graad in de 'Culturele Antropologie': de Staatsuniversiteit van Moskou, de Staatsuniversiteit en de Europese Universiteit van Sint-Petersburg en de Technische Staatsuniversiteit van Saratov. Aan andere universiteiten wordt wel 'Culturele Antropologie’ gegeven, maar alleen als bijvak, bijvoorbeeld aan de